Overlijden

Het overlijden van een partner is voor de nabestaande een ingrijpende gebeurtenis. Dat neemt helaas niet weg dat er na het overlijden een aantal zaken moet worden geregeld. Voor wat betreft het Progress Pensioen doen wij er van alles aan om de nabestaanden hier zo min mogelijk mee te belasten.

Wat moet u doen?

Als de overledene in Nederland woonde, hoeft u Progress niet te informeren. Zodra u het overlijden doorgegeven hebt aan de gemeente (meestal doet de begrafenisondernemer dat), wordt Progress hiervan door de Basisregistratie Personen (BRP) automatisch op de hoogte gebracht. Als de overledene in het buitenland woonde, dan ontvangen wij graag een kopie van de overlijdensakte en een levensbewijs van de eventuele partner.

Zo'n twee weken na het overlijden sturen wij de eventuele partner een brief met de hoogte van het partnerpensioen dat wij maandelijks gaan uitbetalen. Die hoogte is afhankelijk van het salaris, het aantal dienstjaren en het pensioenreglement waaronder de gepensioneerde viel. Als u die hoogte niet meer terug kunt vinden in de pensioenbrief, kunt u dat bij onze PensioenInfolijn opvragen: (010) 439 4473. Bij een medewerker staat het partnerpensioen vermeld in zijn jaarlijkse pensioenoverzicht. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgende op de dag van het overlijden.

Bij uw overlijden heeft uw partner mogelijk recht op een wettelijke uitkering van de overheid. Dat is geregeld via de Algemene nabestaandenwet (Anw). Uw achterblijvende partner kan in aanmerking komen voor een Anw-uitkering als hij/zij jonger is dan 65 jaar en:

  • is geboren vóór 1 januari 1950 óf
  • een kind jonger dan 18 jaar heeft óf
  • voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is.

Uw partner moet deze uitkering aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. Deze instantie regelt de Anw namens de overheid.