Keuzes bij pensionering
Progress geeft u een aantal mogelijkheden om uw pensioen meer op uw eigen wensen te laten aansluiten. U hebt bij pensionering vier verschillende pensioenkeuzes:
1. Pensioendatum
Uw ouderdomspensioen gaat in principe in op de eerste dag van de maand waarin u de 65-jarige leeftijd bereikt; vanaf dat moment ontvangt u ook de AOW. U hebt echter de mogelijkheid uw Progress Pensioen éérder te laten ingaan. Uw pensioen wordt dan wel lager. U mag vanaf leeftijd 55 met pensioen, maar in de praktijk zien wij 60 jaar als vroegste pensioenleeftijd. Als u vóór uw 60ste met pensioen gaat, is het ouderdomspensioen normaal gesproken gewoon te laag.
2. Keuze overbruggingspensioen
Als u kiest om vóór uw 65ste met pensioen te gaan, valt uw pensioen lager uit. Daarnaast ontvangt u tot uw 65ste geen AOW, dus uw inkomen neemt aanzienlijk af. Om de periode tussen uw vervroegde pensionering en uw 65ste financieel te overbruggen, kunt u bij Progress een overbruggingspensioen inkopen. Dit pensioen gaat in vanaf de vervroegde pensioendatum en stopt zodra u 65 wordt. Door inkoop van een overbruggingspensioen wordt het pensioen tot leeftijd 65 hoger en na uw 65ste lager. U kunt kiezen uit een overbruggingspensioen van 50, 75 of 100% van het maximale AOW-bedrag (begin 2012 bedroeg dit maximum ongeveer 18.000 euro per jaar).
3. Wijzigen van verhouding in ouderdoms- en partnerpensioen
Bij pensionering is het partnerpensioen in principe 70% van uw ouderdomspensioen. U kunt ervoor kiezen deze verhouding te wijzigen; een partnerpensioen met een percentage dat ligt tussen de 0 en 100% van uw pensioen is mogelijk. Kiest u bijvoorbeeld voor minder partnerpensioen dan 70%, dan wordt uw ouderdomspensioen hoger.
4. Hoogte van het ouderdomspensioen variëren
Het levenslange pensioen dat u van Progress ontvangt, is in principe iedere maand even hoog; een ingekocht overbruggingspensioen tot leeftijd 65 buiten beschouwing latend. In plaats van dit gelijkblijvende pensioen kan - bij het variëren binnen bepaalde grenzen - worden gekozen voor een eerste periode méér pensioen en daarna levenslang minder, of andersom: een eerste periode minder pensioen en daarna levenslang meer.